2.1.3 Deeltjesgordels
Figuur 9: Rechts: Doorsnede van de deeltjesgordels van de aarde. Links: De aardmagnetosfeer, vervormd door de invloed van de geladen deeltjes uit de zonnewind.

Het magneetveld van de aarde, dat zijn oorsprong moet vinden in dynamoactiviteit in het inwendige van de aarde, vangt elektrisch geladen deeltjes van de zon en uit de interstellaire ruimte in, die samen de deeltjesgordels vormen (ook wel: stralingsgordels of, naar de ontdekker, Van Allen gordels; Fig. 9). Deze gebieden van verhoogde deeltjesdichtheid, tussen 4000 en 16000 km boven de aarde, werden ontdekt met de eerste aardsatellieten. Bij de magneetpolen kunnen de geladen deeltjes uit de stralingsgordels de aardatmosfeer bereiken. De interactie van deze deeltjes met de atmosfeer leidt tot de lichtverschijnselen van de aurora (op ons halfrond het ``noorderlicht''). De invloed van het aardmagnetisch veld strekt zich uit tot 50 000-100 000 km; daarbuiten overheerst het magneetveld van de zon (Fig. 9). 
 


Figuur 10: Het Noorderlicht