7.3.2 Arbeid

Figuur 67: Arbeid .

In het bovenstaande hebben we aangenomen dat F de enige kracht is die op het deeltje werkt. Ook als er nog andere krachten werken (bijvoorbeeld een wrijvingskracht) blijft gelden dat de energie die de kracht F aan het deeltje levert is. Die energie gaat in dit meer algemene geval niet per se in de kinetische energie van het deeltje zitten maar wegens de wet van energiebehoud moet hij ergens blijven. Men noemt deze energie de arbeid (work) die de kracht op het deeltje verricht:


De arbeid is dus gedefinieerd als het inproduct van de twee vectoren F en . Het is een scalair getal met een waarde gelijk aan (zie §6.6.1 als deze notaties niet meteen duidelijk zijn). De arbeid over een langer stuk baan krijg je door de waardes van een groot aantal stukjes bij elkaar op te tellen. Dit doe je door middel van een lijnintegraal langs de baan. De arbeid die F op het deeltje verricht over het stuk baan van punt naar punt is



Als F de enige kracht is die op het deeltje werkt, dan is en krijg je dus


de op het deeltje verrichte arbeid is gelijk aan de toename van de kinetische energie van het deeltje. kan natuurlijk zowel positief als negatief zijn (bij welke richting van F en zal dit zo zijn?), dus door de werking van de kracht kan de kinetische energie hetzij toenemen (als de door F op het deeltje verrichte arbeid positief is) hetzij afnemen (als de arbeid negatief is).


[INDEX]