2.1.2 Satellieten

Figuur 8: Posities van aardsatellieten. Links: lage banen. Rechts: alle banen. De geostationaire ring op 35800 km hoogte is duidelijk zichtbaar.

Het eerste wat je buiten de atmosfeer tegenkomt, is iets wat we zelf gemaakt hebben: de kunstmatige aardsatellieten (Fig. 8). Duizenden satellieten (en brokstukken) draaien in banen tussen de 200 en 36000 km hoogte boven het aardoppervlak; 200 km is zo ongeveer de laagste baan die een aardsatelliet kan beschrijven. In lagere banen verliest een satelliet door wrijving met de aardatmosfeer snel energie en stort neer. De omloopperiode op 200 km hoogte is ongeveer 90 min (zie §4 voor de berekening hiervan). Op 35 800 km hoogte is de omloopperiode 24 uur, dus dit is waar een satelliet die in de juiste richting (recht boven de evenaar en met de aarde mee) draait stil lijkt te hangen boven het aardoppervlak: hier bevinden zich de geostationaire satellieten, bijvoorbeeld communicatiesatellieten zoals ASTRA en weersatellieten zoals Meteosat.


[INDEX]