7.2.4 Relativistische effecten
In PSR 1937+214 is zelfs het algemeen-relativistische effect nog aan te tonen dat bij volle maan alle klokken op aarde iets langzamer gaan lopen (en daardoor de pulsar iets sneller lijkt te pulsen) dan bij nieuwe maan (Fig. 64). De reden hiervoor is dat bij volle maan de aarde dichterbij de zon staat dan bij nieuwe maan. Volgens de algemene relativiteitstheorie lopen klokken in een zwaartekrachtveld langzamer naarmate het veld sterker is.

Figuur 64: Afwijkingen in de aankomsttijden van de pulsen van PSR 1937+214 als functie van de maanfase.

Een milliseconde pulsar in een dubbelstersysteem bestaande uit twee neutronensterren, is perfect om gravitatiewetten mee te testen. Je hebt dan een bijna ideaal systeem, bestaande uit twee ``massapunten'', en een ervan is een bijna ideale klok. De beste tests van de algemene relativiteitstheorie zijn dan ook gedaan met behulp van dit soort dubbelsterren. Het meest bekende voorbeeld is de pulsar PSR 1913+16. Deze heeft een pulsperiode van 0.059 029 997 929 613 0.000 000 000 000 007 s (1950.0).

Met deze pulsar is onder meer voor het eerst het bestaan van zwaartekrachtstraling aangetoond zoals die in de algemene relativiteitstheorie wordt voorspeld. De gravitatiegolven onttrekken energie aan de baanbeweging van de dubbelster, wat ertoe leidt dat de baanperiode (die ongeveer 7 uur en 45 minuten bedraagt) met een snelheid van 2.4270.026 10 s/s afneemt.

Tot nu toe zijn alle voorspellingen van de algemene relativiteitstheorie die met dit soort relativistische dubbelsterren zijn getest tot op de (zeer hoge) precisie van de metingen uitgekomen.


[INDEX]