6.6.9 Vorming van een ster

Figuur 57: Vorming van een ster in het midden van een protoplanetaire schijf. Impulsmoment wordt afgevoerd in de bipolar outflow en in materie aan de buitenrand van de schijf.

In het midden van de schijf vormt zich de ster (Fig. 57). Dat betekent dus dat de meeste deeltjes zich in het centrum concentreren. De enige manier waarop de deeltjes dit kunnen doen is door impulsmoment over te dragen aan andere materie. De waarnemingen duiden op een aantal processen die hier bij helpen. In de protoplanetaire schijf kan door wrijvingsprocessen impulsmoment naar buiten wordt getransporteerd, waardoor aan de rand van de schijf het impulsmoment toeneemt en de deeltjes daar in steeds hogere banen om de ster terecht komen, terwijl materie in het centrum naar binnen stroomt. Door veel zeer jonge sterren en protosterren met een schijf er nog omheen wordt verder een sterke materie-jet (een straalstroom; ``bipolar outflow'') uitgestoten; vermoedelijk verdwijnt de materie in deze jet draaiend, dus met medeneming van impulsmoment, uit het systeem. Tenslotte stoten dit soort sterren sterrewinden uit (als de zon maar veel sterker). De met de (proto-)ster meedraaiende magnetische veldlijnen kunnen een grote hoeveelheid impulsmoment overdragen van de ster op deze wind (die dan dus ook weer 'draaiend'' het systeem verlaat). Het eindresultaat van al deze processen is in ieder geval dat van het totale oorspronkelijke impulsmoment van de wolk waaruit ons zonnestelsel zich heeft gevormd vrijwel niets in de zon zelf is terecht gekomen. Terwijl de zon 99.9% van de massa van het zonnestelsel bevat, zit maar 2% van het impulsmoment van het zonnestelsel in de rotatie van de zon (het leeuwendeel zit in de baanbeweging van Jupiter).


[INDEX]