6.6.8 Protoplanetaire schijf
De zwaartekracht blijft de deeltjes naar het centrum toe trekken. Deeltjes boven en onder het equatorvlak ondervinden een kracht naar het centrum die ontbonden kan worden in een kracht naar het equatorvlak toe en een kracht naar de rotatieas toe. Naar de as gaan deze deeltjes niet, zij hebben immers al de cirkelsnelheid, maar naar het equatorvlak toe kan wel. De wolk zal zich dus samentrekken tot een platte schijf waarin alle deeltjes dezelfde richting op draaien en die nog steeds hetzelfde impulsmoment ${\bf J}_{wolk}$ heeft.

\begin{figure}\centerline{\psfig{figure=stia_stervorming.postscript,height=5cm,angle=-90}}\end{figure}
Figuur 55: Vorming van een protoplanetaire schijf uit een bolvormige wolk (in doorsnede getekend). Deeltjes in de wolk ondervinden een kracht naar het centrum; wegens behoud van impulsmoment van de wolk leidt dit tot een afplatting inplaats van een algehele samentrekking.

Deze protoplanetaire schijven worden inderdaad in het heelal waargenomen; vooral met de Hubble Space Telescope zijn ze goed te zien, bijvoorbeeld bij de Orion nevel. In deze schijven vormen zich de planeten door het aangroeien van kleine stofdeeltjes tot steeds grotere objecten. Deze schijf-geometrie, die dus direct voortkomt uit de wet van behoud van impulsmoment, is de reden dat in een planetenstelsel alle planeten ongeveer in een vlak en in dezelfde richting hun baanbeweging uitvoeren.



Figuur 56: Protoplanetaire schijven in de Orion-nevel.


[INDEX]