6.2 Andere planetenstelsels 1

Het eerste planetenstelsel buiten het onze werd in 1992 ontdekt rondom een radiopulsar. Meer hierover in §7. Sinds 1995 worden steeds nieuwe ontdekkingen van onzichtbare, planeetachtige begeleiders van gewone sterren gemeld. Veel sterren zouden dus, net als de zon, planetenstelsels kunnen hebben. Het vinden en bestuderen van planetenstelsels buiten het onze is natuurlijk van evident belang voor het begrip van ons eigen planetenstelsel, en voor het inschatten van de kans op leven elders in het heelal.

De radiële snelheidsvariaties van een zon-achtige ster ten gevolge van zelfs een planeet zo zwaar als Jupiter, de zwaarste planeet in ons planetenstelsel, zijn maar zeer klein. Omdat =1.9 10 g, =2.0 10 g en =11.9 jaar, is de baansnelheid van de zon om het zwaartepunt van het zon-Jupiter systeem =12 m/s, minder dan een duizendste van de snelheid van Jupiter om de zon: . De verschuiving van de spectraallijnen die je verwacht, bedraagt dus maar een paar honderdmiljoenste van de golflengte. In de praktijk maakten systematische fouten het lang onmogelijk om dit soort kleine snelheidsveranderingen te meten. Met nieuwe ijktechnieken (``absorption cell spectrometry'') en door een groot aantal zeer nauwkeurige metingen te verrichten en zo de statistische fouten in de radiële snelheidsmetingen terug te dringen is het mogelijk geworden om zulke kleine verschuivingen in sterspectraallijnen waar te nemen.

Figuur 48: De radiële snelheidskromme van de ster 51 Peg. Het moet hier gaan om een planeet met een massa van minimaal (en volgens de ontdekkers niet veel meer dan) 0.47 M in een baan met een periode van 4.2 d.


[INDEX]