5 Snelheidsmeting

Een belangrijk deel van onze kennis van het heelal is gebaseerd op een fysisch verschijnsel dat ons in staat stelt om iets te weten te komen over de snelheid van hemellichamen zonder dat we ze hoeven te zien bewegen. Het gaat hier om het zogenaamde Dopplereffect.

Met behulp van een spectrograaf is het mogelijk het licht van een ster te ontleden in zijn afzonderlijke golflengtes, van lang (rood) via geel, groen en blauw tot kort (violet).

Rood licht heeft een golflengte van ongeveer 600 nm, violet licht van 400 nm. Vaak wordt de eenheid Ångström (Å, spreek uit "ongstreum") gebruikt: 1 nm=10 m=10 Å.

Figuur 41: Spectraallijnen in het zonnespectrum. De golflengte is aangegeven in Ångström.

In zo'n spectrum zijn vaak een groot aantal donkere lijnen te zien, de spectraallijnen (Fig. 41). Deze ontstaan daar doordat in de atmosfeer van de ster atomen aanwezig zijn die licht van die precieze golflengte absorberen. De golflengtes van spectraallijnen zijn in het laboratorium vast te stellen. Met een sterspectrograaf zijn ze in het licht van een ster ook nauwkeurig te meten. Het blijkt dan, dat de spectraallijnen van de ster bij een iets andere golflengte liggen dan in het lab gemeten: de lijnen zijn verschoven. Dit is een gevolg van het Doppler effect.


[INDEX]