2.9 Supercluster
Metingen van de snelheden van melkwegstelsels en clusters van melkwegstelsels laten zien, dat deze over het algemeen van ons af bewegen. Hoe groter de afstand, hoe hoger de vluchtsnelheid: voor iedere Mpc verder weg is de vluchtsnelheid gemiddeld 75 km/s hoger (de Hubble-constante is ongeveer 75 km/s/Mpc). Op deze uitdijing van het heelal komen we terug in §8. Uit de vluchtsnelheid van verre melkwegstelsels valt dus op deze manier de afstand te schatten.

Figuur 27: Links: De posities van 2175 nabije melkwegstelsels binnen de 50 Mpc, op één vlak geprojecteerd, met ons melkwegstelsel in het centrum. De lokale supercluster steekt naar rechts uit. Het dichte deel is de Virgo cluster. De lege taartpunten zijn door stof en gas in ons eigen melkwegstelsel onwaarneembare stukken heelal. Rechts: Melkwegstelsels in een dunne plak heelal tot vluchtsnelheden van 15 000 km/s. De filamentaire grootschalige structuur van het nabije heelal is duidelijk te zien. Het lichaam van het ``mannetje'' is de Coma cluster.

Uit metingen van de vluchtsnelheden, en dus van de verdeling van de melkwegstelsels in de binnenste 200 Mpc om ons heen (dus tot vluchtsnelheden van 15000 km/s), valt op te maken dat de Virgo cluster het centrum vormt van een lokale supercluster (Fig. 27), een platte ellipsoidale verzameling melkwegstelsels met een diameter van zo'n 40 Mpc. De Lokale Groep ligt aan de rand van deze supercluster. Superclusters blijken gezamenlijk een soort spons- of draderige structuur te vormen, bestaande uit onderling verbonden filamenten waarin de dichtheden van de melkwegstelsels hoog zijn, met daar tussenin gebieden met weinig melkwegstels. Grote stukken heelal zijn zo goed als leeg, de zogenaamde ``voids''. De aard van deze grootschalige struktuur van het heelal wordt de laatste jaren, door volhardend meten van posities en afstanden van melkwegstelsels, steeds duidelijker (Fig. 27). Platte structuren met afmetingen van minstens 150 Mpc (o.a. de "Grote Muur") zijn duidelijk waarneembaar.


[INDEX]