2.3.2 Heliosfeer
Behalve door zijn zwaartekracht (die de banen van de planeten, kometen etc. bepaalt) en licht, doet de zon nog op andere manieren zijn invloed op de omgeving gelden. Langs de veldlijnen van het magneetveld van de zon stroomt een gestage ``wind'' van geladen deeltjes naar buiten met een dichtheid van $\sim$10 deeltjes per cm3. Pas op een afstand van zo'n 60-120 AE van de zon verwacht men dat de zonnewind wordt afgeremd. Hier botst hij met een snelheid van zo'n 400 km/s, op het lokale interstellaire gas en vormt een schok. Er bestaan geen directe waarnemingen van deze schok, noch van de nog verder naar buiten gelegen grens (de heliopause) van de zonnewind en bijbehorende magnetische veldlijnen van de zon (de heliosfeer). Buiten de heliosfeer heeft het lokale gas een dichtheid van 0.1 deeltjes per cm3, en stroomt waarschijnlijk met een snelheid van zo'n 25 km/s langs het zonnestelsel. Met grote aandacht wordt daarom nog steeds gelet op de metingen van de deeltjestellers van de interplanetaire sondes (de Pioneers en de Voyagers) die het planetenstelsel inmiddels verlaten hebben.


Figuur 17:Voyager 1

Pioneer 10, gelanceerd in 1972, staat eind 1999 op 74 AE van de zon. Dit was lange tijd het verst van de zon verwijderde door mensen gemaakte voorwerp. Pionier 11 (1973) staat op 54 AE (deze sonde is niet meer aktief omdat de stroombron is uitgeput, maar Pionier 10 werkt na 27 jaar nog steeds). De Voyager 1, gelanceerd in 1977, staat nu op 76 AE van de zon en heeft in 1998 Pionier 10 ``ingehaald''. Dit is sinds die tijd het verste door de mens gemaakte voorwerp. Voyager 2 (1977) staat op 60 AE. De Voyagers kunnen nog tot 2030 aktief blijven en er is een goede kans dat ze voor die tijd de heliosfeer, het gebied van de zonnewind, zullen hebben verlaten. (Zie http://nssdc.gsfc.nasa.gov/space/helios/heli.html )


[INDEX]